Vetergesic Multidosis 0,3mg/ml 10ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Vetergesic Multidosis 0,3mg/ml 10ml

  € 54,96
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 54,96
Op bestelling

Speciale waarswarnings: Geen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Buprenorfine kan een ademhalingsdepressie veroorzaken. Zoals bij andere opiaten, dient men voorzichtig te zijn bij het behandelen van dieren met een verstoorde ademhalingsfunctie, of dieren die geneesmiddelen ontvangen die ademhalingsdepressie kunnen veroorzaken. Bij nier-, hart- of leverstoornis of bij shock kan er een groter risico bestaan in verband met het gebruik van het diergeneesmiddel. Een baten-risicobeoordeling voor het gebruik van het diergeneesmiddel dient te worden gemaakt door de behandelende dierenarts. De veiligheid is niet volledig geëvalueerd bij klinisch gecompromitteerde katten. Men dient voorzichtig te zijn met het gebruik van buprenorfine bij dieren met een leverfunctiestoornis, met name bij een aandoening van de galwegen. Aangezien buprenorfine wordt gemetaboliseerd in de lever, kunnen de intensiteit en werkingsduur van het diergeneesmiddel worden beïnvloed in dergelijke dieren. De veiligheid van buprenorfine is niet aangetoond bij dieren jonger dan 7 weken. Het gebruik bij dergelijke dieren dient dan ook gebaseerd te zijn op de baten-risico beoordeling door de behandelende dierenarts. Herhaalde toediening, eerder ingezet dan het aanbevolen herhalingsinterval wordt niet aanbeloven. Lange termijn veiligheid van buprenorfine in katten is niet onderzocht bij een toediening langer dan 5 opeenvolgende dagen. Het effect van een opiaat op een hoofdletsel is afhankelijk van de aard en de ernst van het letsel en van de toegediende respiratoire ondersteuning. Het diergeneesmiddel dient te worden gebruikt overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Aangezien buprenorfine een opiaatachtige werking heeft, dient men voorzichtig te zijn om accidentele zelfinjectie te voorkomen. In geval van accidentele zelfinjectie of ingestie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Na oog- of huidcontact, grondig spoelen met koud stromend water. Vraag medisch advies als de irritatie aanhoudt. Handen en aangetast oppervlak grondig wassen na elk accidenteel morsen. Dracht: Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar voor gekomen die wijzen op teratogene effecten. Deze onderzoeken hebben echter post-implantatie verliezen en vroege foetale sterfte aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk het gevolg van een verminderde lichaamsconditie tijdens de dracht en van een verminderde postnatale zorg van het moederdier ten gevolge van sedatie. Aangezien er geen reproductieve toxiciteitonderzoeken zijn uitgevoerd bij de doeldieren, mag het diergeneesmiddel uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Het diergeneesmiddel dient niet preoperatief gebruikt te worden in het geval van een keizersnede, omwille van het risico van een ademhalingsdepressie bij de nakomelingen tijdens de partus en mag alleen met de nodige voorzichtigheid postoperatief toegediend worden. Lactatie: Onderzoeken bij zogende ratten hebben aangetoond dat, na intramusculaire toediening van buprenorfine, concentraties van onveranderd buprenorfine in de melk overeenkwamen met de buprenorfine-concentraties in plasma, of deze overschreden. Daar het voor de hand ligt dat buprenorfine ook uitgescheiden wordt in de melk van andere diersoorten, wordt het gebruik niet aanbeloven tijdens lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Buprenorfine kan enige slaperigheid veroorzaken, die kan worden versterkt door andere centraal�werkende middelen zoals tranquillizers, sedativa en hypnotica. Het wordt aanbevolen om buprenorfine niet samen met morfine of andere opiaattype analgetica, bijv. etorfine, fentanyl, pethidine, methadon, papaveretum of butorfanol, te gebruiken. Bij mensen zijn er echter aanwijzingen dat therapeutische doses buprenorfine de analgetische werkzaamheid van standaarddosissen van een opiaat-agonist niet verminderen; en dat, wanneer buprenorfine wordt gebruikt binnen het normale therapeutische bereik, standaarddosissen van een opiaat-agonist kunnen worden toegediend vóór de effecten van de vorige zijn afgelopen zonder de analgesie te compromitteren. Buprenorfine is gebruikt in combinatie met acepromazine, alphaxalone/alphadalone, atropine, dexmedetomidine, halothaan, isofluraan, ketamine, medetomidine, propofol, sevofluraan, thiopentone en xylazine. Bij gebruik in combinatie met sedativa, kunnen depressieve effecten op hartslagfrequentie en ademhaling worden verhoogd. Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd. Overdosering: Bij toediening van een overdosis aan honden kan buprenorfine lethargie veroorzaken. Bij zeer hoge doses kunnen bradycardie en miosis worden opgemerkt. In geval van overdosering dienen ondersteunende maatregelen te worden genomen en indien nodig kunnen naloxon of respiratoire stimulantia worden gebruikt. Naloxon kan helpen bij het tegengaan van verminderde ademhalingsfrequentie en ademhalingsstimulantia zoals doxapram zijn eveneens effectief bij de mens. Wegens het langdurig effect van buprenorfine in vergelijking met dergelijke geneesmiddelen, moeten zij mogelijks herhaaldelijk of door middel van continue infusie worden toegediend. Onderzoeken met menselijke vrijwilligers hebben aangegeven dat opiaatantagonisten de effecten van buprenorfine mogelijk niet volledig teniet kunnen doen. Bij toxicologische onderzoeken met buprenorfine hydrochloride bij honden werd biliaire hyperplasie opgemerkt na orale toediening gedurende één jaar aan dosissen van 3,5 mg/kg/dag en hoger. Biliaire hyperplasie werd niet waargenomen na dagelijkse intramusculaire injectie met dosisniveaus tot maximaal 2,5 mg/kg/dag gedurende 3 maanden. Dit ligt ver boven elk klinisch doseringsschema bij de hond. Speciale beperkingen op het gebruik en speciale voorwaarden voor het gebruik: Mag alleen worden toegediend door een dierenarts of onder hun direct toezicht. Belangrijke onverenigbaarheden: Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.

Doeldier : honden en katten

Hond:

Postoperatieve analgesie.

Versterking van de sedatieve effecten van centraal-werkende middelen.

Kat:

Postoperatieve analgesie.

Per ml:

Actief bestanddeel:

Buprenorfine............................................. 0,3 mg

als buprenorfine hydrochloride.................0,324 mg

Hulpstoffen:

Chlorocresol..............................................1,35 mg

als antimicrobieel bewaarmiddel

Heldere, kleurloze oplossing voor injectie.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:

Buprenorfine kan enige slaperigheid veroorzaken, die kan worden versterkt door andere centraal-werkende middelen zoals tranquillizers, sedativa en hypnotica.

Het wordt aanbevolen om buprenorfine niet samen met morfine of andere opiaattype analgetica, bijv. etorfine, fentanyl, pethidine, methadon, papaveretum of butorfanol, te gebruiken. Bij mensen zijn er echter aanwijzingen dat therapeutische doses buprenorfine de analgetische werkzaamheid van standaarddosissen van een opiaat-agonist niet verminderen; en dat, wanneer buprenorfine wordt gebruikt binnen het normale therapeutische bereik, standaarddosissen van een opiaat-agonist kunnen worden toegediend vóór de effecten van de vorige zijn afgelopen zonder de analgesie te compromitteren.

Buprenorfine is gebruikt in combinatie met acepromazine, alphaxalone/alphadalone, atropine, dexmedetomidine, halothaan, isofluraan, ketamine, medetomidine, propofol, sevofluraan, thiopentone en xylazine. Bij gebruik in combinatie met sedativa, kunnen depressieve effecten op hartslagfrequentie en ademhaling worden verhoogd.

7. Bijwerkingen Honden: Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Hypertensie, tachycardie Sedatie1 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Pijn op de injectieplaats, plaatselijk ongemak Vocalisatie2 Onbepaalde frequentie (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): Speekselen Bradycardie Hypothermie, dehydratatie Agitatie Miosis Ademhalingsdepressie 1 Bij gebruik als analgeticum 2 Als gevolg van pijn op de injectieplaats of lokaal ongemak Katten: Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Mydriasis en tekenen van euforie (overmatig spinnen, heen en weer lopen en kopjes geven)1 Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Sedatie2 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Pijn op de injectieplaats, plaatselijk ongemak Vocalisatie3 Onbepaalde frequentie (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): Ademhalingsdepressie 1 Verdwijnt gewoonlijk binnen 24 uur 2 Bij gebruik als analgeticum 3 Als gevolg van pijn op de injectieplaats of lokaal ongemak

  1. Contra-indicaties

Niet toedienen via de intrathecale of peridurale weg.

Niet preoperatief gebruiken in het geval van een keizersnede.

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.

Dracht: Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar voor gekomen die wijzen op teratogene effecten. Deze onderzoeken hebben echter post-implantatie verliezen en vroege foetale sterfte aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk het gevolg van een verminderde lichaamsconditie tijdens de dracht en van een verminderde postnatale zorg van het moederdier ten gevolge van sedatie. Aangezien er geen reproductieve toxiciteitonderzoeken zijn uitgevoerd bij de doeldieren, mag het diergeneesmiddel uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Het diergeneesmiddel dient niet preoperatief gebruikt te worden in het geval van een keizersnede, omwille van het risico van een ademhalingsdepressie bij de nakomelingen tijdens de partus en mag alleen met de nodige voorzichtigheid postoperatief toegediend worden. Lactatie: Onderzoeken bij zogende ratten hebben aangetoond dat, na intramusculaire toediening van buprenorfine, concentraties van onveranderd buprenorfine in de melk overeenkwamen met de buprenorfine-concentraties in plasma, of deze overschreden. Daar het voor de hand ligt dat buprenorfine ook uitgescheiden wordt in de melk van andere diersoorten, wordt het gebruik niet aanbeloven tijdens lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Goed schudden voor gebruik.

Een nauwkeurig gegradueerde spuit moet gebruikt worden om een accurate dosering te kunnen garanderen.

Diersoort Toedieningsweg Post-operatieve analgesie Potentiering van sedatie Hond Intramusculaire of

intraveneuze injectie 10-20 µg per kg (0,3-0,6 ml per 10 kg).

Voor bijkomende pijnbestrijding, herhaal indien noodzakelijk na 3-4 uur met 10 µg per kg of na 5-6 uur met 20 µg per kg.

10-20 µg per kg (0,3-0,6 ml per 10 kg).

Kat Intramusculaire of

intraveneuze injectie 10-20 µg per kg (0,3-0,6 ml per 10 kg).

Herhaal éénmaal indien noodzakelijk na 1-2 uren.

  1. Aanwijzingen voor een juiste toediening

Goed schudden voor gebruik. Terwijl sedatieve effecten al aanwezig zijn 15 minuten na de toediening, wordt de analgetische activiteit merkbaar na ongeveer 30 minuten. Om zeker te stellen dat analgesie aanwezig is tijdens de operatie en onmiddellijk bij de recovery, kan het diergeneesmiddel preoperatief toegediend worden als onderdeel van de premedicatie.

Indien bijkomende analgesie wordt vereist, kan dit verkregen worden door een aanvullende dosis van the diergeneesmiddel toe te dienen of door gelijktijdig gebruik van een geschikte, inspuitbare NSAID.

CNK 2623627
Organisaties Ecuphar NV
Merken Ecuphar
Breedte 48 mm
Lengte 87 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 10
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)